woensdag 30 september 2009

Peter Eötvös & Hungaroton



Een van de meest bijzondere lp's uit mijn collectie is afkomstig van de Hongaarse componist Peter Eötvös. Vreselijk obscuur is hij niet. Zijn functie als directeur van het Parijse Ensemble InterContemporain (opvolger van Pierre Boulez) zegt natuurlijk behoorlijk wat over de kwaliteit en reikwijdte van het talent van Eötvös.


De Hongaar mocht op zijn vierentwintigste jaar plaatsnemen in het radicale Stockhausen Ensemble (1968-1976). En bij beluistering van mijn Hongaarse plak vinyl is dat duidelijk hoorbaar. Voor een gezellige muzikale omlijsting van de avond ben je bij Eötvös aan het verkeerde adres.


Het album bestaat uit twee lange composities: 'Cricket Music' (1970) & 'Sequences Of The Wind' (1975). De lp zelf is uitgegeven in 1985 bij de Hongaarse platenmaatschappij Hungaroton (voor de vinylfreaks; Hungaraton SLPX 12602) en de teksten op de achterflap zijn voor een Europeaan zonder taalstudie Hongaars niet te ontcijferen.


Ook het internet biedt weinig houvast. Zo heel af en toe duikt een exemplaar van deze LP op, sinds mijn aanschaf een klein jaar geleden is dat echter hooguit twee of drie keer gebeurt. Uiterst zeldzaam ding dus. Mooie is ook nog dat ik dit werk van Eötvös voor precies 1 euro heb weten te bemachtigen. Bladeren, bladeren, bladeren, bak na bak, en ineens zie je zo'n hoes waar iets ondefineerbaar speciaals aan is. Dit moet iets zijn! En dat blijkt nu....


Beluister Peter Eötvös hier (geen compositie van de besproken lp)




vrijdag 25 september 2009

Why?



Een jaar of vier geleden zag ik de Amerikaanse hip-hop groep Why? in de Arnhemse Goudvishal. Die zaal heeft z'n deuren helaas gesloten, maar het concert van die bebaarde Amerikanen was briljant. Een ratjetoe aan apparatuur op het podium, chaotisch, met als middelpunt de stuntelende, af en toe bassende en dan weer zingende rapper Yoni Wolf.


Het rommelige aanzicht deed weinig professioneel aan. Maar wat wil je ook, de volledige band had in het centrum van Arnhem gezellig van oerhollandse spacecake genoten. Met hele kleine oogjes slenteren de heren het pand weer in. 'Is it gonna work out tonight guys?', vraagt iemand in de backstage, 'I don't think so', antwoordt de apathisch op de bank hangende drummer. 'Beetje draaierig,' meldt hij.


Tijdens de line-check, net voor de show, oogt de band behoorlijk onwennig. Snoertjes kwijt, en wanneer gevonden in verkeerde versterkeruitgangen geplugd, te weinig ruimte voor de batterij aan keyboards en drumcomputers, er lijkt geen lijn in te zitten. Wolf en zijn groep zijn de grip even kwijt op het kleine podium in Arnhem....


Niet erg, zo blijkt nog geen tien minuten later. Why? veegt er keihard op. De band maakt in die periode sowieso een muzikale metamorfose door. Waar Yoni Wolf in de beginjaren van Why? vrijwel alles zelf doet, van het progammeren van primitieve beats tot aan de lyrics en raps, staat in Arnhem een volwaardige groep te spelen. Een groep die de hip-hop steeds vaker laat voor wat het is en zich richt op bijna folky pop met nog slechts een lichte rap-inslag.


Why? bracht vorig jaar hun meest poppy album 'Alopecia' (2008) uit. Het leverde de Amerikanen veel goede recensies en een stuk bredere fanschare op. Deze week verschijnt het vervolg 'Eskimo Snow' (2009), in dezelfde sessie opgenomen als 'Alopecia'. Niet persee een beter album dan z'n voorganger maar qua geluid net iets minder steriel en dat komt de emotie in de liedjes ten goede.


En nee, de hip-hop roots zijn natuurlijk nooit volledig uit te wissen bij Yoni Wolf. Die lappen tekst vol uitgebreide en vaak absurde situatieschetsen verraden Wolf's verleden telkens. Toch kan Wolf ook met zijn wat iele zangstem steeds beter overweg en weet hij vaak precies de goede, emotionele snaar te raken. Beetje melancholiek, dat wel.





donderdag 24 september 2009

Internationale jazz in Nederland



Ornette Coleman maakte in '59 een allstar-freejazz plaat, waarop naast hemzelf een aanzienlijk aantal jazztoppers meewerkten. Twee van hen verongelukten al snel daarna. Bassist Scott Lafaro, favoriet en bandlid van Bill Evans z'n eerste supertrio, kwam in 1961 om het leven bij een auto-ongeluk in New York. Drie jaar later overlijdt saxofonist en fluitist Eric Dolphy in 1964 in Berlijn aan de gevolgen van tot dan toe onopgemerkt gebleven diabetes.


Eerder dat jaar vertoeft Dolphy in Nederland. Hij neemt hier achteraf zijn allerlaatste album op, 'Last Date' (1964). Op twee juni trekt Dolphy samen met de destijds nog jonge honden Misha Mengelberg (piano), Han Bennink (drum) en Jaques Schols (bas) de Vara radiostudio in. Nederlandse jongens die opnames maken met de toen al zeer invloedrijke Dolphy, dat was toen bijzonder en nu nog steeds. Mengelberg & co hebben zich op die bewuste twee juni onsterfelijk gemaakt.


En zeker niet alleen vanwege het feit dat zij meepspelen op die plaat. Er wordt namelijk ongehoord goed gemusiceerd op 'Last Date'. 'Out To Lunch' (1964) wordt over het algemeen gezien als Eric Dolphy's belangrijkste werk. Maar de ongedwongen, experimentele benadering van een Thelonious Monk-kraker als 'Epistrophy' (beluister dat donderende, tegendraadse pianowerk maar eens!) die op twee juni wordt opgenomen brengt mij in elk geval aan het twijfelen. Vooral de fantastische open livesound maakt 'Last Date' een ware luistertrip.


Tussen de opnames van Dolphy en zijn dood zitten precies zeventien dagen. Op 19 juni, 1964 valt het doek voor de zesendertig jaar oud geworden Amerikaan. Gelukkig hebben we zijn albums nog.


Naast de vele jong gestorven jazzmuzikanten uit die tijd zijn er gelukkig ook nog een heel stel overgebleven. In het begin van dit artikel haalde ik Ornette Coleman al even aan. Hij speelt onverstoord door, over de hele wereld. En de opnames van North Sea Jazz in 2008 bewijzen dat hij nog steeds on-top is. Zelfde geldt voor pianist Cecil Taylor, inmiddels tachtig jaar oud. Evenals Coleman stort hij zich in de jaren zestig op zeer progressieve jazz, Taylor wordt gezien als de meest radicale van het stel.


En laat Cecil Taylor nou net vanavond in Nederland zijn. Samen met Tony Oxley (speelde veel met Anthony Braxton) treedt hij vanavond (24 september, 2009) op in het Muziekgebouw te Amsterdam. Aanstaande zaterdag doet het duo Rotterdam aan en 4 oktober zijn ze nog in Antwerpen te zien.


Heftig is het wel, bekijk hier.



woensdag 23 september 2009

Het oeuvre van Rogier Van Otterloo



Gisteren (dinsdag 22 september) mijn Rogier Van Otterloo - albumcollectie zo goed als compleet gemaakt. Voor wie deze grote man niet kent; hij was componist, arrangeur, dirigent en vervaardige onder andere de soundtracks voor Turks Fruit (1973), De Soldaat Van Oranje (1977) en Grijpstra En De Gier (1979). Zo'n beetje iedere Nederlandse televisiekijker heeft stiekem dus wel eens muziek van Van Otterloo voorbij horen komen.


Maar ook al behoren bovengenoemde soundtracks tot zijn bekendste werk, Van Otterloo z'n eigen soloplaten zijn minstens even indrukwekkend. Vooral de bij vlagen zeer funky en breed geproduceerde lp's 'Visions' (1974) en 'On The Move' (1976) spreken tot de verbeelding. Van Otterloo hield van de grootste aanpak en daar bleek in zijn geval toch minimaal een groot orkest bij te horen. Voor al zijn vier soloplaten zocht de componist zijn heil bij Engelse orkesten, soms aangevuld met Nederlandse toppers als Rob Langereis (bas), Wim Overgaauw (gitaar) en producer Ruud Jacobs.


Naast eigen werk en soundtracks heeft Van Otterloo ook veel met grote Nederlandse artiesten gewerkt. Zo arrangeerde en dirigeerde hij meerdere platen voor jazz-zangeres Rita Reys zoals: 'Rita Reys Sings Burt Bacharach' (1971) en 'Rita Reys Sings Michel Legrand' (1972). Ook werkte Van Otterloo meermaals samen met fluitist Thijs Van Leer (Introspection-serie) en natuurlijk met pianist Louis Van Dyke (Telepathy-1973-).


Helaas is Van Otterloo al jarenlang niet meer onder ons. In 1988 overleed hij aan de gevolgen van kanker. Postuum kreeg Van Otterloo nog wel zijn tweede edison uitgereikt, eerder won hij al eentje in 1971.

Beluister Rogier Van Otterloo hier

maandag 21 september 2009

David Sylvian - Manafon (2009)



Niet te stoppen, steeds beter wordt hij; David Sylvian flikt het weer eens om met een werkelijk absurd goede plaat aan te komen zetten. In alle luwte werkt de zanger en componist aan steeds abstractere muziekstukken. Liedjes zijn het bijna niet meer te noemen, maar muziek is het zeer zeker wel.


Op 'Manafon' (2009) heeft Sylvian ervoor gekozen geen akkoordenschema's op te tuigen maar zijn gelegenheidsgroep, afkomstig uit de avantgarde/freejazz - hoek, geluidscollages zonder vooropgezet idee te laten maken. Na afloop van die experimentele, instrumentale sessies heeft Sylvian naar eigen idee zitten knippen in het materiaal en met behulp van zijn typische diepe vocalen orde in de chaos geschapen. Wat overblijft is een album waar de experimenteerdrift van afspat en tegelijkertijd een bijna heilige rust vanuit gaat.


Meer weten? Bekijk de speciaal ingerichte albumwebsite